Langjökull en een tweede poging op de Fagradalsfjall

Vandaag was onze laatste dag in Ijsland en we wilden er alles uit halen wat er in zat. We begonnen de dag met een blitsbezoek aan Barnafoss, onze laatste waterval van IJsland.

We werden in de voormiddag immers verwacht voor een tochtje in de Langjökull gletsjer (Into the glacier). Het betreft geen natuurlijke ijsgrot – deze kan je enkel bezichtigen in de winter en het voorjaar, en deze zijn sowieso niet toegankelijk voor kleine kinderen – maar een gang gegraven in en onder de Langjökull gletsjer. Desalniettemin was het indrukwekkend om te doen. Alleen al de tocht er naar toe – met een omgebouwd legervoertuig óp de gletsjer – vonden de jongens geweldig.

Na deze tocht gingen we normaal gezien naar Reykjavik om daar onze laatste IJslandse uren te verslijten en omdat ons hotel voor de avond daar ook gelegen is. Maar we hadden afgelopen dagen gezien dat de Fagradalsfjall terug beginnen spuwen was. U weet wel, de vulkaan die we een vruchteloos bezoekje gaven op de eerste dag. Ook vannacht, toen ik niet kon slapen en om 05:00 de webcam nog eens checkte (de vulkaan kan live gevolgd worden via de site http://www.safetravel.is) was hij nog duchtig lava aan het rondzwieren. Maar u weet hoe dat gaat, als je een paraplu mee hebt regent het niet, en als wij de vulkaan opgaan spuwt hij niet. Zeer, zeer, zeer jammer, maar desalniettemin was het opnieuw zeer indrukwekkend om de verse lavastromen te zien liggen. Maar jammer genoeg geen rode magma of lava voor ons. We zullen nog eens terug moeten komen 😉

Het was een vermoeiende tocht voor de kindjes, maar ze speelden jeep en quad en steeds wanneer hun ‘benzine’ op was werd er bij getankt (i.e. Fanta & fruitella’s) en konden ze weer een eind verder. Het werkte wonderwel.

We wachten nog even vruchteloos op de slapende vulkaan maar het was ons niet gegund.

Na deze pittige tocht reden we terug richting Reykjavik, poetsen we de auto onderwege, aten we onze laatste hamburger in het centrum van Reykjavik en maakten we ons klaar om vannacht rond 03:00 op te staan om richting te luchthaven te vertrekken. Bij deze zit onze reis er op. Bedankt om te volgen en tot de volgende keer!

Snæfellsnes

We stonden vanmorgen op met weer maar eens regen en vertrokken na het ontbijt voor een rondje over het Snæfellsnes schiereiland. In de voormiddag maakten we enkele korte stops bij onder andere Búðakirkja (één van de meest fotogenieke kerkjes van Ijsland – spoiler alert: niets is fotogeniek in de regen), Sönghellir (zingende grot, een grot waarbij de akoestiek fantastisch is en de jongens het beste van zichzelf gaven en het wederom eens duidelijk was hoe’n luide stem Adriaan heeft), Lóndrangar (bijzondere basalt rotseilanden die uit zee oprijzen).

We passeerden ook Djúpalónssandur, een zwart zandstrand waar nog een aangespoeld scheepswrak ligt en waar vroeger vissers van over het hele land naar toe kwamen om te vissen. Er liggen nog steeds 4 zware stenen (tot 150 kg) die vroeger gebruikt werden om in een gewichtshefcompetitie te bepalen wie sterk genoeg was om als visser mee te gaan op zee. Dieter mocht alvast niet mee. We bezochten Saxhóll (insert vele woordgrappen en gegniffel van Dieter), een gemakkelijk te beklimmen krater vanwaar je een mooi uitzicht hebt over het lavaveld Neshraun aan de voet van de Snæfellsjökull gletsjer.

We zochten het strandje op waar we 9 jaar geleden een dode walvis hadden gezien, en ja hoor, hij lag er nog steeds:

We reden door tot aan de Svörtufloft en de Öndverðarnes vuurtorens, een kleine oranje vuurtoren aan het einde van de wereld en een nog kleinere oranje vuurtoren aan het nog eindere van de wereld. Het was intussen reeds ver over het middaguur dus tijd voor hotdogs in de auto’s.

Na de middag reden we door richting Kirkjufell en Kirkjuffelsfoss, één van de meest gefotografeerde bergen van IJsland en een kleine waterval ervoor (niet de moeite feitelijk na al die tientallen, zo niet honderden prachtige watervallen waarop we reeds getrakteerd werden deze reis).

We reden door naar een plekje dat we ons nog herinnerden van 9 jaar geleden, een warmwaterbron waar geen toeristen kwamen (meer nog, het was afgezet met een hek dat echter niet afgesloten was). 9 jaar geleden hielden we hier een fotoshoot met m’n broer en schoonzus, mijn zus is nog steeds boos omdat ze er indertijd niet bij was omdat ze reeds richting hotel aan het rijden waren. Speciaal voor haar opniéuw een fotoshoot zonder haar:

Maar hé, hoe komen jullie aan een familiefoto terwijl er geen andere toeristen waren? Dat komt doordat we intussen gezelschap gekregen hadden in de auto:

Net na de middag stond er een compleet doorweekte liftster langs de kant van de weg, we kregen het niet over ons hart haar niet mee te nemen. Ze was een anesthesiste uit Zwitserland en ze trok alleen door Ijsland. Ze nam ons nog mee naar een mooi plekje dat we niet kenden: de Sheep’s waterfall, opnieuw een waterval waar je achterdoor kon wandelen.

Toen we haar vertelden over de dode walvis die we 9 jaar geleden gezien hadden en onze hilarische mop (zie boven) was onze gaste even in de war, “Do you mean the dead whale I saw yesterday?”. Wij dus hup, in de auto, op zoek naar de walvis. Dat wouden de jongens immers wel eens zien, zo’n héle dode walvis.

We zetten de liftster af in Borgarnes en reden zelf verder richting Deildartunguhver, de grootste warmwaterbron van heel Europa. Hier komt zo’n 180 liter kokend water per seconde uit de grond. Dit water wordt via pijpleidingen naar naburige dorpjes gebracht waar het gebruikt wordt om de huizen te verwarmen. Superindrukwekkend, maar jammer genoeg konden we de warmwaterbron slechts van op een afstand zien omdat er werken aan de gang waren. De omgeving zelf spreekt anders ook wel tot de verbeelding: in deze dorpen vind je warme, dampende beken en riviertjes en her en der door het landschap verspreid zie je dampende poeltjes water. We eindigen de dag in Hótel Á waar we lekkere lam en vis (what else) aten, de kinderen de slappe lach kregen aan tafel, we hen na het eten een douche gaven en ze nog wat verder gingen gibberen in bed. Morgen is het onze laatste dag in IJsland, overmorgen zeer vroeg is het tijd om huiswaarts te keren.

Westfjorden deel 4 – regen, regen en nog eens regen.

We stonden vanmorgen op en zagen tot onze spijt dat de regen ons ingehaald had. We sliepen afgelopen nacht in een Fosshotel, een hotelketen die we hier al meerdere malen gezien hebben. Volgens ons kan je een hele rondreis doorheen IJsland doen en enkel in Fosshotels slapen. Eén van de tekenen dat het toerisme hier exponentieel toeneemt. Het aantal toeristen nam sowieso al toe in Ijsland, in 2019 waren er 2 miljoen toeristen, door corona was er natuurlijk een grote dip waardoor er in 2020 slechts 490 000 toeristen waren. Dit jaar verwachten ze 800 000 toeristen en vanaf volgend jaar verwachten ze weer een spectaculaire toename.

We vertrokken richting Látrabjarg. Onderwege kwamen we nog een verlaten scheepswrak tegen, gouden zandstranden (ongetwijfeld zeer mooi bij mooi weer) en zelfs heel veel duinen.

De hoge kliffen van Látrabjarg behoren tot de steilste en hoogste rotskliffen van Europa en staan bekend als dé hotspot voor papegaaiduikers in Ijsland. Van half mei tot half augustus krioelt het er van de papegaaiduikers en andere vogelsoorten. We vertrokken er voor een wandeling langsheen de kliffen. We zagen welgeteld 4 papegaaiduikers vliegen (ofwel 4 keer dezelfde, ook mogelijk natuurlijk), het begon met de minuut harder te regenen en mijn humeur daalde recht evenredig met de toename aan modder en regen. De twee oudste jongens stapten flink en stevig door, Adriaan begon het al wat lastiger te hebben maar diegene met het langste gezicht moest ikzelf wel zijn. Het feit dat we ons wederom lieten vangen (namelijk: een klif zie je helemaal niet zo goed als je er bovenop staat, idem voor watervallen trouwens) hielp niet echt. Na slechts een anderhalve kilometer ploeteren door de gladde modder en in de gietende regen en zonder ook maar een spoor van de papegaaiduikers vond ik het genoeg geweest en keerden we op onze stappen terug. Eens terug op de parking zagen we daar een hoop mensen met hun fototoestel staan. Zaten die v*rtige k*tvogels (zo benoemde ik ze op dat moment toch) toch niet gewoon op de parking daar..

We reden verder richting Krosslaug, het zoveelste zwembad bij een warmwaterbron. We dobberden lang rond in het warme water waarbij we slechts even vergezeld werden door twee meisjes maar er grotendeels alleen zaten. Zolang we in het water zaten was het gestopt met regenen maar van zodra we er uit kwamen begon het opnieuw…. We hebben het dus letterlijk geen minuut droog gehad vandaag.

Na het zwembad reden we door naar Brjánslækur waar we de ferry gingen nemen naar Stykkishólmur. De ferry vertrok pas om 18:15 waardoor we tijd zat hadden en eerst nog koffie & cake aten in een naburig restaurantje. Hier zaten nog een tiental mensen hun tijd te doden tot ze naar de ferry konden gaan wegens geen zin om nog langer in de regen te vertoeven.

De overtocht duurde een 3-tal uur en verliep traag maar goed. Eens aangekomen in Stykkishólmur zochten we nog een plekje waar we konden eten – hamburgers en fish & chips werd het – en reden we door zo mogelijks nóg hardere regen en wind naar Kast Guesthouse. Het was intussen na half elf ‘s avonds, Adriaan was intussen reeds over & out en hevelden we rechtstreeks over naar zijn bed maar Isaak was nog zeer wakker en alert.

We merken deze reis wel het verschil in leeftijd tussen de jongens: Isaak is een ongelofelijk flinke stapper, doucht zelf, poetst zijn tanden, kleedt zich aan, slaapt niet tot zelden in de auto en is ook ‘s avonds niet echt moe. Adriaan heeft bij de meest dingen nog wat hulp nodig, doet dutten in de auto en wilt bij het wandelen steevast een HANDJE!! (inclusief gebiedende wijs). Al hebben we hem enkele dagen geleden samenzweerderig tegen Isaak horen zeggen “dat hij eigenlijk wel zelf zijn schoenen kan aandoen maar soms geen zin heeft en dan doet alsof hij dat niet kan”. Betrapt.

Westfjorden deel 3: Þingeyri, Dynjandi en Reykjafjarðarlaug

De dag begon goed met een voorzichtig waterig zonnetje terwijl we Ísafjörður achter ons lieten en verder sjeesden door de Westfjorden. We reden eerst richting Suðureyri, een klein vissersdorpje. We hadden gelezen dat je hier in een lagune vissen kon voederen, wat ons wel leuk leek voor de kindjes. We informeerden ons bij de enige twee mensen die we vonden in het voor de rest verlaten dorp maar die keken ons aan alsof we vroegen waar we de toren van Pisa konden vinden. Uiteindelijk vonden we de lagune alsnog ietsje buiten het dorp, maar van zodra we uitstapten werden we aangevallen door Arctic Terns (Noordse Sternen), een weliswaar mooie vogel maar die zeer venijnig kunnen aanvallen om hun kleintjes beschermen. Het was zodanig erg en het waren er zodanig veel dat we vlug terug de auto in vluchtten. Terug in de auto zagen we dat er inderdaad tientallen kleintjes aan de oever van de lagune zaten. Geen vissen voor ons dus, en we reden verder richting Þingeyri.

Vlak voor Þingeyri riep Adriaan plots ‘zeehond!!’, we geloofden er niets van maar om de jongen een plezier te doen keerde Dieter toch zijn auto. En zowaar, er zat wel degelijk een zeehond op een rots in het water. Adriaan was uiteraard erg trots dat hij deze gespot had.

In Þingeyri maakten we eerst een korte wandeling naar Sandafell, een kleine berg ten zuiden van het dorpje. We zagen heelder velden blauwpaarse lupine-bloemen en we hadden een schitterend uitzicht over de fjorden.

Na de wandeling aten de jongens een echte Brusselse wafel in Simbahöllin, een koffiebar uitgebaad in Þingeyri door een Belgisch-Deens koppel, waarna we verder trokken richting Dynjandi. Dynjandi is de grootste en breedste waterval van de Westfjorden. Bovenaan is de waterval zo’n 30m breed, maar onderaan dubbel zo breed. De waterval bestaat eigenlijk uit zeven verschillende kleinere watervallen die elk ook hun eigen naam hebben.

Na de waterval reden we door naar Reykjafjarðarlaug, het zoveelste verwarmde openluchtzwembad/hot pot in de Westfjorden. Het blijft toch uniek, plots ligt er midden in het niets een aangelegd zwembad met water verwarmd door een plaatselijke warmwaterbron, vaak inclusief kleedhokjes, en meestal is het zelfs gratis. Zo ook deze. Er stond zelfs een strandstoel ín het water. Het water was net iets tè warm om er uren in rond te dobberen dus na een half uurtje reden we weer verder, deze keer richting ons hotel in Patreksfjörður.

We eindigden de dag met wat pech: Adriaan en Isaak waren te hard aan het ravotten waardoor Adriaan hard van de vensterbank op zijn achterhoofd viel met een ei van een buil op zijn hoofd tot gevolg; we bleken de tandpasta van de jongens in het vorige hotel vergeten te zijn en ikzelf bleek m’n trui vergeten te zijn bij het zwembad… Kan alleen maar betekenen dat we elders wat meer geluk hebben, nietwaar moeke?

Westfjorden deel 2: Drangajökull en Ísafjörður

Op één of andere manier was Adriaan er vannacht weer in geslaagd om bij mij in bed te kruipen en werd Dieter verbannen naar het zetelbed met Isaak. We stonden redelijk vroeg om omdat we vandaag wel wat kilometers doorheen de Westfjorden moesten doen. Jammer genoeg heeft de zon ons niet gevolgd naar de Westfjorden en miezerde het ‘s ochtends vroeg al. We maakten onderwege een korte stop bij een scheepswrak waarna we door reden richting de Drangajökull gletsjer om daar een wandeling te maken.

De Drangajökull is de meest Noordelijk gelegen gletsjer van Ijsland en ook de enige die nog steeds in omvang toeneemt. De vallei was compleet verlaten en hadden we volledig voor onszelf, afgezien van 2 andere toeristen die toevallig samen met ons de wandeling aanvatten. We spraken elkaar kort in het Engels over het regenweer en de wandeling waarop ze tegen elkaar begonnen in het sappig Limburgs. Het ijs was dus snel gebroken en we babbelden nog wat verder voor we elk de tocht aanvatten.

Het bleek al snel een uitdaging om droge voeten te houden. Daar waar we in het begin van de wandeling nog ons uiterste best deden om het droog te houden:

Gaven we dit na een uurtje op en zorgden we er enkel nog voor dat de kinderen droge voeten hadden:

Het is ons uiteindelijk gelukt om tot aan de voet van de gletsjer te wandelen waarna het hoog tijd was om terug om te keren. We stapten uiteindelijk 10 km door moeilijk terrein en door wind en regen, we waren echt fier op de jongens dat ze dit zo goed gedaan hebben.

We reden nog een eind door tot Ísafjörður, met 2700 inwoners is dit de hoofdstad van de IJslandse Westfjorden. Soms heb je van die dorpen of stadjes waar je direct iets mee hebt en waar je wel dagen zou willen of kunnen verblijven. Soms heb je dat niet. Ik voel het hier althans niet. Er hangt een beetje een vreemde sfeer, de gebouwen zijn verlaten of leegstaand, de straten zijn leeg en wat mistroostig, het is ook gewoon zo ver van alles. Maar anders ver dan ik het graag heb. Enfin, ik ga zwijgen vooraleer het hier te melancholisch wordt. Ik ga alvast blij zijn om hier morgen terug te kunnen vertrekken. Hoe dan ook, de vis ‘s avonds was lekker en de hamburger, frieten en cola smaakten de kinderen enorm en waren meer dan verdiend na hun tocht van vandaag!

Westfjorden deel 1: Het einde van de wereld, warme rivieren & verse vis

In de hotelkamer was er een twijfelaar, een enkel bed en een dubbel bed. Isaak eiste de twijfelaar op maar Adriaan weigerde om alleen te slapen (ook al stond het enkel bed in dezelfde kamer als het dubbel bed – hij zei dat hij bedoelde dat hij tegen iemand wou liggen), waardoor Adriaan uiteindelijk bij mij in het dubbel bed belandde en Dieter verbannen werd naar het enkele bed.

We vertrokken pas tegen 10:00 ‘s ochtends richting de Westfjorden. We kwamen meer schapen dan mensen tegen en hadden het gevoel dat we op weg waren naar het einde van de wereld . We stopten af en toe onderweg om stenen in het water te gooien (tot Adriaan plots een op een steen gelijkende schapendrol vast had). In Hólmavík deden we wat inkopen voor de middag en morgenvroeg en aten de jongens wat volgens ons de meest Noordelijke pannenkoek met Nutella van heel Europa was. Dat we daarvoor tot hier moeten rijden.

We cruisden door de IJslandse Westfjorden op weg naar Norðurfjörður. Onderwege kwamen we nog een warme (!!) rivier tegen en een hot pot, maar we besloten verder te rijden tot aan onze eindbestemming waar een openlucht zwembad zou zijn met zicht op zee en waar men al walvissen heeft kunnen spotten vanuit het zwembad.

Google leerde ons dat Norðurfjörður om en bij de 53 inwoners heeft, we vermoeden dat we ze alle 53 tegengekomen zijn in het zwembad, hoe desolaat de weg er naar toe ook was, het was een komen en gaan van mensen in het zwembad.

Nadien keken we nog even toe hoe de vissersboten in de haven de verse vangst van de dag op de kade losten en aten we in het restaurant er naast – uiteraard – verse vis. We eindigen de dag straks met popcorn en een film in ons huisje om morgen verder te rijden – ‘t is te zeggen, eerst een stuk terug, want momenteel zitten we echt wel op het einde van de wereld.

Over hotdogs, ijsjes en zeehonden.

Vandaag was een kalme dag waarop we weinig spectaculairs deden. We sliepen uit en ontbeten op het gemak. We pakten onze koffers en reden verder richting Akureyri. We staken er een kaarsje aan voor mama in het plaatselijk kerkje, wandelden wat rond in het stadje en slenterden rond in de botanische tuin.

Vervolgens was het tijd om de culinaire ronde van Ijsland te doen: de IJslandse nationale gerechten (naast de lamb en fish die – vaak als enige – op elke kaart staat) zijn hotdogs en soft ijs met een topping op. Wat die toppings betreft kan je het zo zot niet bedenken of je kan het op je ijs vragen. Van de klassieke chocoladeschilfers over stukken mars tot heelder lekstokken. In een typische crèmerie hier vind je in de toog niet de verschillende smaken ijs maar alle verschillende toppings uitgestald.

De hotdogs smaakten, en er was maar één iemand die achteraf onder de ketchup hing (spoiler alert: het was noch ik, noch Isaak, noch Adriaan). Isaak en Adriaan waren héél content met hun clown-ijs (softijs met een hoedje van chocoladesaus en snoep erop zodat het op een clown lijkt). En Dieter hing ondertussen niet enkel onder met ketchup maar ook met ijs.

Daarna reden we verder richting Grettislaug. Dit zijn twee hot pots op een afgelegen plaats, gemaakt door de kleine guesthouse ter plekke. Deze guesthouse is maar twee maanden per jaar open leerde het guestbook ons. Een man met een baard zat er op zijn gemak eventuele bezoekers op te wachten. Het waaide ongelofelijk hard vandaag, maar het water was lekker warm.

Vervolgens trokken we verder richting het Vatnsnes schiereiland. We spotten er zeehonden langs de rotsachtige kust en Hvitserkur, een mooie rots in het water. Daarna reden we verder richting Hotel Laugarbakki, een redelijk groot hotel, toch zeker in vergelijking met de eerdere verblijfplaatsen, maar het eten was er lekker en de jongens waren echt uitzinnig toen ze de schommel vooraan zagen staan.

Godafoss & Husavik

We sliepen vanochtend uit tot een uur of 08:00 en ontbeten op het gemak. De jongens staken zich vol met verse wafels die je kon maken aan het ontbijt. We pakten alles in en reden weer verder. Ook vandaag was de zon van de partij: het was tussen de 20°C en 25°C en dus T-shirt en zonnebrillenweer. Zalig! We maakten eerst een stop bij Goðafoss, u raadt het, een waterval. Wat ons hier vooral opviel was het aantal toeristen. Busladingen vol hooggepensioneerden werden hier gedropt, met wandelstokken liepen ze de 100m naar de waterval voor een uitgebreide fotoshoot alvorens weer richting de bus te hiken.

Daarna reden we verder door naar Husavik. We kochten picknick in een plaatselijke supermarktje en aten op een geweldig plekje aan de baai.

Omdat het weer zo fantastisch was en er bijna gaan wind was boekten we ter plekke een whale watching tour. We waren eerst van plan deze in een volgende baai te doen omdat dit normaliter rustiger is, in Husavik varen ze de open oceaan op waardoor deze tours vaak een pak wilder en winderiger zijn. Maar het schitterende weer van vandaag zorgden voor de ideale omstandigheden. We zagen zeker 5 bultruggen en een hoop dolfijnen. De jongens en wijzelf vonden het geweldig! Het stralende zonnetje en de weinige toeristen aan boot maakten het helemaal af.

We trokken nog naar het plaatselijke walvismuseum waar de jongens hun ogen uitkeken, we aten nog superlekkere vis in een nabijgelegen restaurantje en daarna was het tijd om verder te rijden naar Lamb Inn, onze volgende guesthouse. Een douche en het bed in, want Adriaan viel tijdens het eten al bijna om van de slaap. Wederom een zeer geslaagde dag vandaag.

Over blauwe ogen en Myvatn & omgeving

Na een intermezzo rond 05:00 toen Isaak uit bed viel en met zijn hoofd tegen het nachtkastje botste werden we rond 08:00 wakker in ons huisje. Na het opmeten van de schade bij Isaak (verdict: een blauw oog) gingen we ontbijten. We leerden dat de rails die schapen moeten tegenhouden niet enkel effectief zijn voor het verhinderen dat schapen de weg oversteken maar ook Adriaantjes. Na het ontbijt trokken we weer op pad voor wederom een goedgevulde dag. Wie raadt bij welke liedje we steeds Adriaan aantreffen met zijn hoofd naar boven in de auto krijgt een gin-tonic van ons.

We trokken eerst richting Leirhnjúkur waar we een korte wandeling maakten langs een nog steeds nasmeulend lavaveld en kleurrijke hetebronengebieden. Als je hier je hand op de grond houdt voelt het werkelijk warm aan.

Daarna hielden we halt bij de Víti-krater, een mooi blauwgroen kratermeer.

Vervolgens was het de beurt aan Hvrerir, één van de bekendere geothermische gebieden. Hier vind je indrukwekkende kokende modderpoelen, zwavelbronnen, sissende fumarolen, rokende warmwaterbronnen en alle kleurschakeringen van mosterdgeel tot 50 tinten grijs.

We trokken verder naar Stóragjá en Grótagjá, twee grotten gevuld met kristalhelder heet water. 9 jaar geleden nam Dieter nog een duikje in één van de grotten maar het water is intussen te heet om er nog in te kunnen zitten.

Vervolgens reden we verder naar Hverfell, een 2700 oude krater die perfect rond is. Het is een stijl eindje naar boven maar eens boven heb je wel een mooi uitzicht over de ganse omgeving. Na Hverfell was het tijd voor een koffie en een ijsje.

We eindigden de dag in de Myvatn Nature Baths, een openluchtbad die nabij Myvatn gelegen zijn en ook wel eens de Blue Lagoon van het noorden genoemd worden. Na een tweetal uren weken en dobberen was het tijd voor ons diner. We wouden graag gaan eten in Vogafjós om de jongens een plezier te doen. Dit is immers een boerderij waarbij een restaurant ondergebracht is naast de koeienstal. Terwijl je eet kan je door de ramen recht de stal binnen kijken. De jongens hadden het ongetwijfeld geweldig gevonden, maar jammer genoeg was het volzet. Dan maar op zoek naar een ander restaurantje waar het niet minder lekker was. Het was weer rond 21:30 eer we terug in onze guesthouse waren en we de jongens moe maar voldaan in hun bed smeten. En een extra stoel naast het bed van Isaak zetten.

Askja, Víti, Dettifoss & Selfoss

We stonden op onder een stralend zonnetje in een strakblauwe hemel. Geweldig! De jongens hun dag begon ook meer dan goed want vlakbij onze verblijfplaats (Fjalladyrd, de hoogste gelegen boerderij van Ijsland overigens) speelden er drie kleine wilde poolvossen met elkaar. Hun hol was blijkbaar vlakbij en ze maakten er gebruik van dat de mama en papa op pad waren om te jagen om buiten te spelen, nog te jong om veel schrik van mensen te hebben.

Na het ontbijt vertrokken we op pad. Vandaag hadden we een lange rit voor de boeg die je enkel met een stevige 4 x 4 kan aanvangen: we waren van plan richting de Askja vulkaan te rijden en het Víti kratermeer. Een paar uur lang moesten we door de eeuwige zwarte lavavelden rijden, over rotsen en mul zand, door rivieren,….. De jongens mochten om de tijd te doden op de iPad een filmpje kijken. Dit hadden ze nog niet veel gedaan deze reis, wat tot gevolg had dat Isaak, toen hij zich blijkbaar door het vele gehobbel misselijk voelde worden, vertikte om de iPad aan de kant te leggen en daardoor heel zijn ontbijt terug naar buiten werkte, over zichzelf en de iPad heen. Eens uit de auto was hij snel weer de oude want na een half uur zei hij alweer dat hij honger had.

Nadat we alles opgekuist hadden vertrokken we te voet op pad, richting de Askja vulkaan. Dit onherbergzame gebied lijkt zodanig veel op het maanlandschap dat het vroeger gebruikt werd voor de training van astronauten die in het kader van het Apollo project naar de maan zouden reizen.

We wandelden over lava en mul zwart zand en zelfs heelder stukken door sneeuw tot bij het kratermeer Öskuvatn en Víti. Adriaan beweerde dat hij niet door de sneeuw kon wandelen en liet zich gewillig dragen door zijn vader.

Het Víti meer bevat zoveel mineralen dat het een mooie groene kleur heeft. Meer nog, door geothermie is dit verwarmd tot een aangename temperatuur zodat je er in kan zwemmen. Het water is echter wel gifitig om te drinken. De afdaling naar het Víti meer was tè stijl voor de jongens, maar Dieter waagde zich er wel aan en heeft een plons gemaakt in het meer. Hij rook de rest van de dag naar een luciferstokje door de zwavelgeur van het water.

Daarna was het tijd om de terugweg aan te vangen. Adriaan liep deze keer wel flink zelf door de sneeuw om zijn cola bij het avondeten te verdienen. We doken terug de 4 x 4 in, verboden deze keer de iPad, reden nog wat verder door niemandsland tot bij Herðubreiðarlindir, een groene oase in het midden van dit gigantische lava-veld. Er was een hutje met een ranger, en op de deur hing letterlijk dat we in the middle of nowhere waren.

We doorkruisten nog een paar rivieren, kwamen een koppel Denen tegen wiens auto de rivierdoorsteek niet overleefd had en belanden uiteindelijk terug in de bewoonde wereld. Het was nog maar 17:00 in de namiddag dus besloten we nog Dettifoss mee te pikken alvorens we naar onze guesthouse reden. Dettifoss is de krachtigste waterval van Europa. Ik herinnerde me nog dat ik vorige keer van deze ook erg onder de indruk was.

En eentje is geentje, wat verderop lag ook Selfoss, u raadt het, nog een waterval. Deze is minder bekend, maar we waren minstens zo hard onder de indruk. Isaak telde niet minder dan 27 watervallen in deze enorm brede waterval.

Adriaan was intussen het wandelen moe (“Mijn buik voelt dat we 2 kilometer gewandeld hebben. Mijn buik zegt dat het genoeg is.”) dus we keerden terug naar de auto en reden door naar onze logeerplaats, Stöng Guesthouse. De jongens kregen een welverdiende cola en wijzelf konden zoals elke avond hier kiezen tussen lamb en fish. Na het avondeten staken we iedereen in de douche en waste Dieter zijn lucifergeur weg waarna het weer de hoogste tijd was om in bed te duiken.