Van Bolmsö via Helsinborg naar Ystad en Gislövs läge – en naar huis

’s Nachts begint het jammer genoeg te regenen. Gelukkig staat er een windhut waaronder we pannenkoeken als ontbijt kunnen maken. We maken onze tent kapot (dixit Adriaan) en vertrekken weer verder in zuidelijke richting. Het blijft maar regenen dus we zoeken een tussenstop waar we droog zitten. We komen uit bij Toy World in Helsinborg. Het blijkt een uit de hand gelopen speelgoedverzameling te zijn van een ietwat bizar koppel. De ruimte voelt bizar, mysterieus en ietwat marginaal aan, maar de jongens vinden het echt gewèldig. Het bevat de grootste verzameling Playmobil die ik ooit gezien heb en we moeten toegeven dat ook wij onze ogen uitkijken. Als we een kleine quiz oplossen krijgen de jongens elk een plastieken mini-dinosaurus toegestopt en zijn ze helemaal in de wolken.

We wandelen terug naar de auto en vertrekken weer. Intussen blijft het maar regenen en ziet het er niet naar uit dat het snel over zal gaan. We rijden verder en besluiten nog een uurtje door te rijden om dan hopelijk uit de regen te zijn en een wildkampeerplekje op te zoeken. Een uur later hebben we een kampeerplek gevonden maar het giet intussen zo hard dat er overal plassen en modderpoelen gevormd zijn. We zien het niet zitten om hier onze tent op te zetten en dan nog in de regen eten te moeten maken. We rijden dus verder door naar Ystad, een stadje aan de zuidkust van Zweden en zoeken daar de plaatselijk giga-camping op. Wanneer we aankomen is het even gestopt met regenen en kunnen we onze tent opzetten, als sardienen gepropt tussen andere tenten en campers. We maken ravioli, eten, en kruipen meteen de tent in.

Wanneer we ’s ochtends opstaan schijnt zowaar de zon vollebak. Wij blij! Het is warm ook, dus we ruimen onze tent op en trekken richting het strand. We moeten zelfs de zonnecrème bovenhalen! De jongens spelen de ganse tijd superflink op het strand. ’s Middags maken we soep op het strand en eten we soep met boterhammen. Het is even crisis wanneer de zee de dinosaurus van Adriaan opeet (instant schuldgevoel voor het extra plastiek in de zee) maar wanneer de tranen gedroogd zijn spelen ze weer leuk verder.

Rond 14.00 vertrekken we weer om een laatste fika te doen in het centrum van Ystad. We drinken koffie en appelsap en nemen naar goede gewoonte een kanelbullar en chocoladetaart. Daarna wandelen we even rond in de stad. We rijden vervolgens langs de kust verder richting Malmö en stoppen op een kleine gezellige camping die direct aan de zee gelegen is. We maken eten, maken nog een strandwandeling en eten een ijsje op de camping. Dieter ging voor de Nyban special en zal zich deze nog lang herinneren.

Het was een ideale, zonnige, laatste dag hier in Zweden.

’s Nachts begint het uiteraard weer te regenen en het zou niet meer stoppen tot we Zweden uitrijden. We ruimen onze tent in de gietende regen op en vertrekken richting Höllviken waar we het Vikingmuseum willen bezoeken om de jongens nog een laatste plezier te doen. Het Foteviken Museum is een re-enacting Viking dorp waar een aantal geschifte toegewijde Zweden leven zoals de Vikings deden in het jaar 1134 AD. Isaak en Adriaan waren zo verlegen dat ze niet tot bij de Vikings durfden komen dus een groot succes kunnen we het niet echt noemen. Bovendien regende het nog steeds en werden we nu ook belaagd door heelder zwermen muggen. We hielden het iets voor de middag voor bekeken en vertrokken terug naar Malmö waar we via de wondermooie Øresund brug afscheid namen van het prachtige Zweden.

Advertenties

Van Tiveden via Hjo en Vaggeryd naar Bolmsö

’s Ochtends kraamden we de tent op terwijl de kindjes in de speeltuin van de camping speelden. We facetimeden even met het thuisfront en vertrokken op ons gemak. We hadden niet echt een plan in ons hoofd dus reden op goed geluk verder naar het zuiden. De kinders waren uitermate slecht gezind tijdens de rit in de auto en werden pas goed gezind toen we halt hielden bij een bizonboerderij die we passeerden in Hjo. Instant lachende kindjes. We stopten er, aten een bizonburger (instant lachende echtgenoot), en gaven ons op voor een ritje op de tractor om de bizons van dichtbij te bekijken. We moesten nog een half uurtje de tijd doden alvorens de tractor vertrok en ik stelde voor om even in het souvenirwinkeltje te kijken. Ik liep voor en ging de winkel binnen en direct weer buiten. Ik zeg tegen Dieter dat ze er beter niet naar binnen gaan. In zijn ogen zie ik tientallen vliegen en maden op stukken beschimmeld vlees zitten, maar de waarheid is nog veel erger, en het kwaad is al geschied: Isaak liep gezwind naar binnen en merkte meteen de hele wand vol met pluchen knuffels op, elanden, rendieren, vossen, uilen, husky’s. OH MAMA ZIE AL DIE KNUFFELS HIER EN DEZE EN DEZE EN DEZE HEB IK NOG NIET.

We loodsen hem terug naar buiten en begeven ons naar de tractor. De bizons op zich zijn niet bepaald typisch Zweeds maar de kindjes amuseren zich rot en het cliché dat ook bij ons geldt is: blije kindjes, blije ouders.

We rijden verder tot aan Hjortsjöns camping die er op foto veel toffer uit zag dan hij in werkelijkheid was, maar we zijn er dan toch en zetten onze tent op. Omdat we er niet kunnen grillen kruipen we terug in de auto op zoek naar een toffe plek waar we worstjes en marshmallows kunnen grillen en een vuurtje kunnen maken. We komen terecht op een gewèldige plek aan het meer Sansjön en hebben dik spijt dat we onze tent al opgezet hebben op de camping.

Er zit ook een jong Duits koppel dat daar wel ging overnachten in hun auto maar duidelijk nog niet veel kampeerervaring had noch ervaring met het maken van kampvuurtjes 🙂 We verenigen onze krachten en hebben een fijne avond aan het meer. Wanneer de avond gevallen is vertrekken we met tegenzin terug naar onze camping die een pak minder gezellig is.

’s Ochtends vertrekken we richting het nationaal park Store Mosse waar we een korte maar mooie wandeling doen en genieten van het werkelijk prachtige Naturum visitorcenter waar we ook onze picknick opeten bij een geweldig uitzicht.

Daarna rijden we weer op goed geluk verder richting het zuiden. We zien een bordje älgpark staan in Hamneda en gaan een kijkje nemen. Als de elanden niet naar ons komen (we hebben er geen enkele in het wild gezien deze reis – daarvoor zijn we niet noordelijk genoeg geweest denk ik) dan gaan wij naar de elanden! Ook hier gold weer: kindjes blij, wij blij. Ze mogen er elanden voederen en aaien en vinden dat uiteraard geweldig.

^

Daarna is het hoog tijd om verder te rijden op zoek naar een fijn plekje om te slapen. Deze keer zijn we vastberaden dat we weer gaan wildkamperen en ja hoor, we vinden een geweldig plekje op het eilandje Bolmsö. Er staat nog een auto geparkeerd en na een tweetal uurtjes komt er een Zweedse man toe die met zijn boot was gaan vissen. Hij woont een eindje rijden van het eiland en komt hier af en toe vissen vertelt hij. Op een uurtje tijd heeft hij 4 joekels van baarzen gevangen en Isaak kijkt gefascineerd toe hoe de man de vissen kuist.

Wanneer de man vertrokken is steken we de kinders in de tent en genieten Dieter en ik nog van de stilte bij het kampvuur. (Stilte in Zweden is nog _steeds_ niet evident als je twee energiestuitende jongetjes bij hebt).

Tiveden

’s Ochtends loop ik mijn laatste rondje in Uppsala. Daarna maken we ons op ons gemak klaar, droppen de sleutel in de brievenbus en vertrekken we uit Uppsala en rijden richting Tiveden. Na 10 minuten beseffen we dat we onze sandwichen vergeten zijn en we keren op onze schreden terug. De poging om de sleutel uit de brievenbus te vissen mondt uit in een sleutel die in de brievenbus eronder terecht komt (sorry Tim en Femke!!) en wij die nog steeds geen sandwichen hebben. We stoppen daarom onderwege om een picknick te kopen en rijden door naar Tiveden. Het is een eindje rijden en omdat we uiteindelijk pas na de middag echt weg waren besluiten we ons een tof wildkampeerplekje te zoeken en verder niet veel te doen die dag. We vinden iets ten noorden van Tiveden een geweldig plekje aan de rivier maar krijgen tegen de avond nog gezelschap van twee volkswagenbusjes. Ook een koppel Nederlandse wandelaars komt voorbij de plek en vraag ons hoe we aan zo’n tof plekje komen. We babbelen even en ze raden ons een koffiehuisje niet zo ver daarvan aan.

We sprokkelen hout, maken een vuurtje, roosteren worstjes en marshmallows en poken de ganse avond in het vuur.

Wanneer we gaan slapen begint het te regenen en het regent de ganse nacht door. ’s Ochtends worden de jongens goedgezind wakker en speelt Adriaan piekeboe met ons. Ze kruipen beiden nog even bij ons in de slaapzak en wanneer het stopt met regenen kunnen we buiten ontbijten en onze tent opkramen. We rijden door tot het nationale park Tiveden waar we een redelijk korte maar mooie wandeling doen. Jammer genoeg krijgen we redelijk wat stevige buiten te verteren. Isaak stapt toch heel flink alles zelf en we hebben de koffie en taart in het ons eerder aangeraden koffiehuisje meer dan verdiend. Taart als middageten moet kunnen.

Daarna rijden we door naar de camping Tiveden. Deze werd ons ook aangeraden door het koppel dat we tegenkwamen en kreeg heel goede recensies op internet. We zetten onze tent op (op het ‘extra-veld’ omdat alles volzet was), kijken naar elkaar en weten dat we hier ’s ochtends vroeg weer weg zullen zijn. Dit zal wel een prima camping zijn, maar echt niets voor ons. Aanschuiven om je afwas te kunnen doen, en op een kleine vierkante kilometer kom je het volledige kampeergamma van de Decathlon, de Kampeerder en de Berghut samen tegen.

In de namiddag trekken we terug richting Tiveden voor onze tweede wandeling van de dag. Ditmaal rijden we eerst naar ingang in het Zuidoosten van het park om daar te starten. We stappen uit, maken onze rugzak klaar, trekken onze wandelschoenen aan, en het begint weer te regenen… We laten ons niet doen en vertrekken toch. De regen valt deze keer al bij al mee en ook nu wandelt Isaak superflink.

’s Avonds keren we terug naar de camping, koken we pasta en openen een pot pastasaus die we meehadden want winkels zijn er hier niet echt in de directe buurt. We bestellen broodjes aan de receptie voor morgenochtend en de jongens worden vriendjes met de kindjes van de tent naast ons.

’s Ochtends schijnt de zon eindelijk weer en ruimen we onze tent op, eten lekkere warme broodjes en kanelbullar en vertrekken wederom richting Tiveden waar we deze keer voor een lange wandeling gaan inclusief enkele pittige beklimmingen: 4,8 km en 3,5 uur. Isaak waren we per ongeluk vergeten in te lichten. Wanneer we willen vertrekken begint het echter opnieuw te regenen. We wachten even, en wanneer het ergste voorbij is vertrekken we op goed geluk. We hebben de rest van de wandeling geen regen meer gehad en kregen uiteindelijk nog vollenbak zon – eindelijk.

Isaak stapte wederom heel flink, al had hij het laatste anderhalf uur heel wat oppeppers nodig. Maar toch, we zijn fier op hem, dat hij dit zo goed mee doet met ons.

Na de wandeling rijden we door naar het volgende stadje om er cake te zoeken want de mama verjaart vandaag. Daarna zoeken we op goed geluk een camping op. We eindigen op camping Strömsnäs, een redelijk kleine camping aan een meer. De jongens voetballen en ravotten op het grasveld, we maken gehaktballetjes, ribbetjes en een stoofpotje met linzen en dan is het weer tijd om in de tent te kruipen. Isaak en Adriaan zijn NIET MOE en willen NIET SLAPEN, maar na 2 minuten is het al stil…

Tällberg en Falun

Van donderdag op vrijdag planden we een tweedaagse te doen. Zo konden we ’s ochtends de poezen nog eten geven en ’s anderendaags ’s avonds opnieuw.

We reden richting Falun waar er zich een kopermijn bevindt. We kochten kaartjes voor een bezoekje ’s anderendaags en reden door naar Borlänge waar we een tussenstop hielden in de Ikea. Als je sightseeing wilt doen in Zweden mag je dit niet overslaan. (We hadden de eerdere dagen gemerkt dat het plastieken kampeerbestek van de Decathlon niet echt geschikt is om mee te BBQ’en dus we gingen op zoek naar een vleestang). Om het in Isaaks woorden te zeggen: “He, deze winkel ken ik!”.

De Zweden hebben hotdogs een cultstatus gegeven (in het kleinste tankstation kan je nog steeds kiezen tussen 8 verschillende soorten worst) dus onderweg aten we hotdogs en nog eens hotdogs.

Tijdens de rit zochten we een camping die er ons tof uitzag en kwamen we uit bij Tällbergs camping in Tällberg bij het Siljanmeer. Dit is een gigantisch meer (260 vierkante meter) ontstaan door een meteorietinslag 360 miljoen jaar geleden. Met een doorsnede van 52 vierkante km is het de grootste inslagkrater in West-Europa. Meer dan genoeg redenen voor Isaak om er twee dagen lang duizend-en-één vragen over te stellen.

Van zodra we aankwamen op de camping vonden we het jammer dat we hier maar één nacht konden blijven. De kinderen vonden het minder erg, die hadden inmiddels verklaard dat ze de poesjes in Uppsala eigenlijk liever zien dan hun moeder. “Maar we zien jou ook graag hoor, maar de poesjes nog grager.”

Adriaan deed eerst een toiletbezoek met uitzicht en we zetten onze tent op. Het potje hebben we overigens mee omdat dat de nachtelijke toiletbezoekjes van de jongens in de tent een pak vergemakkelijkt.

Daarna wou Adriaan dolgraag met een bootje rijden. De kano was weg, maar het roeibootje was nog vrij.

Er passeerde ons een onweer wat verder landinwaarts – blijkbaar duwt het meer wolken vaak landinwaarts, maar toch begon het wat te regenen toen we terug aan land kwamen.

We kookten snel een potje vlak voor onze tent. De kindjes vonden het picknicken geweldig en aten alles smakelijk op.

Daarna was het hoog tijd om de kinders in bed te gooien.

Ze vielen onmiddellijk in slaap waardoor Dieter en ikzelf voor de tent met een glaasje bekertje wijn nog konden genieten van het werkelijk prachtige uitzicht hier.

’s Ochtends ontbeten we op het gemak voor de tent en vertrokken we naar Falun om de kopermijn te bezoeken. Omdat we geen zin hadden in een crisis van Adriaan zoals bij het bezoek aan de mijn in Sala èn omdat kinderen hier verplicht waren zèlf te stappen pasten we de meest eenvoudige ouder-truc toe die er bestaat: we beloofden hen een speelgoedje uit de shop als ze flink zelf zouden stappen. Omkoperij werkt altijd en overal. Adriaan zag er ongelofelijk aandoenlijk uit in zijn helm die voortdurend afviel wegens te groot en regencape die bijna tot aan de grond kwam.

Het bezoek was uitermate interessant en nadat we in de mijn afgedaald waren vertoefden we nog zeker twee uur op het terrein. We aten er een sandwich en de kinderen een pannenkoek, we bekeken de overige gebouwen, we bezochten het museum en we maakten een toertje rond de mijn met het elektrische treintje en uiteraard beloonden we de kindjes met een speelgoedje. Isaak koos een pluchen rendier en Adriaan een houten autootje dat er exact hetzelfde uitziet als de duizendachtendertigtachtig andere autootjes dat hij thuis heeft.

Daarna was het tijd om terug te keren richting Uppsala waar het weerzien met de poezen vermoedelijk alsnog het hoogtepunt van de dag was van de jongens.

Uppsala

Dankzij de fietsen en fietskar die we hier van onze vrienden kunnen lenen kunnen we Uppsala op een fijne manier verkennen. De eerste dag verkenden we Pelle Svanslös Lekplats – een fantastische speelplaats – in Engelska parken terwijl ikzelf een verkennend rondje jogde in het naburige Stadsskogen bos. Na wat boterhammen thuis en een tussenstop in de winkel voor wat BBQ-vlees fietsten we door naar Storvads badplats. De jongens deden een stevige dut in de fietskar en werden pas verdwaasd wakker toen we er al lang waren. De mannen namen een duik in het ijskoude water en nadien BBQ’den we er.

’s Avonds checkten we iedereen op teken en jawel, Isaak had prijs. Een teek had zich stevig vastgebeten op zijne Jos. Na wat tranen, een filmpje en een beloofde snoep later was het leed weer geleden en was iedereen tekenvrij.

’s Anderendaags trokken we naar de Sala Silvergruva, een zilvermijn op een kleine 70 km van Uppsala. Adriaan kreeg er een IK KAN NIET STAPPEN-crisis van het kaliber waarop de Zweden ons niet meer aanspraken met ‘hei hei’ maar ‘oei oei’, maar eens beneden in de mijn bleef hij gelukkig rustig en stil. We daalden zo’n 155m af onder de grond, keken onze ogen uit en Isaak stelde zoals steeds honderd-en-één vragen.

Op de terugweg stopten we in Fiby Urskog, een oerbos waar geen tussenkomst van de mens is. We deden er een korte wandeling van 4 km die Isaak heel flink zelf stapte. Adriaan zat naar goede gewoonte 4 km lang in de trekrugzak.

Eens terug in Uppsala was het al avond en trakteerden we onszelf op een hamburger en frietjes in de typisch Zweedse Max-hamburgerketen. Isaak had zijn limonade meer dan verdiend. En Adriaan vond dat hij ook limonade verdiende want hij had de laatste 100m zelf gestapt. We stopten nog in de winkel voor ontbijt voor ’s anderendaags en zagen dat de Zweden knäckebröd echt heel serieus nemen.

Na een goeie douche en een teken-check-ronde vielen de kinderen als een blok in slaap.

Vandaag deden we rustig aan. Ik ging eerst een rondje joggen en daarna trokken we terug met de fiets naar Stadsskogen waar de jongens in de speeltuin speelden, we picknickten en vervolgens wat geocaches zochten in het bos. Adriaan stapte in tegenstelling tot gisteren heel flink zelf.

Daarna slenterden we rond Uppsala, bezochten het kasteel, de kathedraal en de oude stad en deden we een echte Zweedse fika (koffie drinken en gebak eten). De jongens speelden nog een laatste keer op de Pelle Svanslös Lekplats en dansten een laatste maal bij de zingende vuilbak. We aten heerlijke pasta en fietsen naar huis. De jongens vielen na 2 minuten weer in slaap in de fietskar maar waren eens thuis terug klaarwakker omdat ze EINDELIJK weer met de katten konden spelen (we weten al wat ze zich het langst zullen herinneren van deze vakantie).

Van Kruibeke over Getnö Gård naar Uppsala

Het leuke aan de leeftijd van onze kindjes nu (net 3 en 5 jaar) is dat ze ten volle beseffen wat op reis gaan is èn dat ze dolgraag met ons op reis gaan – dat zal binnen een dikke 10 jaar misschien anders zijn. Toen we hen vertelden dat in het land waar we dit jaar naar toe zouden gaan mensen kaka zeggen tegen een koekje konden ze helemaal niet wachten om te vertrekken.

We hadden onze wekker gezet om 01.45 van vrijdag op zaterdag en vertrokken in het holst van de nacht richting Duitsland. Isaak bleef het eerste uur in de auto wakker maar viel dan uiteindelijk ook in slaap en beide kindjes sliepen tot ver na 8.00 ’s ochtends.

De rit verliep uitstekend (enfin, denk ik toch, de mama heeft ook een paar heel stevige dutten gedaan) en om 8.50 stonden we reeds te wachten op de ferry van Puttgarden richting Rødby. We reden direct door naar the bridge tussen Kopenhagen en Malmö.

We aten een snelle lunch op de parking alwaar het plots genoeg geweest was voor de jongste Strobbes en ze collectief in staking gingen.

We reden verder tot onze eerste echte Zweedse halte: het Lake Åsnen Resort in Getnö Gård. Dit was een redelijk grote natuurcamping aan een prachtig meer. Het regende intussen en Dieter en ikzelf hadden uiteraard onze gloednieuwe familietent nooit op voorhand uitgetest. Living on the edge. We besloten terug in de auto te springen op zoek naar eten maar na een aantal kilometer in de auto hadden we door dat er niet bepaald een supermarkt vlakbij was en besloten we op onze schreden terug te keren gezien Dieter al genoeg kilometers in de benen had. Eens terug thuis (enfin, op het ons toegewezen stukje gras) zetten we de tent redelijk vlot en zonder enige relationele crisis (ja dat is niet evident bij het opzetten van nieuwe tenten) de tent op.

We kookten eten uit onze koffer (we hebben een hele voorraad gevriesdroogd, ingeblikt of op te lossen eten mee) en trokken daarna nog even het bos in op zoek naar een geocache (of een schat, alles wat de jongens aan het wandelen krijgt) en het meer waar de jongens zich amuseerden met stenen gooien. Daarna was het tijd om in onze tent te kruipen.

We hadden een tent gekocht met twee slaapcompartimenten en twee dubbele matrassen die precies in de compartimenten pasten zodat de jongens er zeker niet af konden rollen. Midden in de nacht was Adriaan er uiteraard toch in geslaagd om ergens tussen de luchtmatras en het tentzeil – sja – verzeild te geraken. Ik bevrijdde hem uit zijn benarde positie en legde meteen Isaak terug recht die helemaal onderaan zijn slaapzak terecht gekomen was en niet meer wist wat boven of onder was. De rest van de nacht verliep wel prima. ’s Ochtends picknickten we buiten en trokken we weer het bos in.

Daarna was het hoog tijd om verder te trekken richting Uppsala. De rit was langer dan verwacht en gehoopt dus we waren blij toen we eindelijk aankwamen bij het huis van onze vrienden.

De jongens waren meteen in de wolken van de twee grote katten die er rond liepen en de poezen op hun beurt waren blij om gezelschap te zien. Na in totaal 1700 km gereden te hebben begonnen de jongens meteen te spelen – uiteraard – met een Ikeakeukentje dat ze thuis ook hebben staan.

De volgende dagen gaan we Uppsala en omgeving verkennen, we hebben er alvast veel zin in!

Zweden

Onze vakantieplannen dit jaar waren anders dan anders. Of toch anders dan wij gewend zijn. Vrienden van ons wonen al enkele jaren in Uppsala en zoeken af en toe catsitters/housesitters voor de tijd dat zij in België familie en vrienden komen opzoeken. Bovendien was ons groot verlof dit jaar beperkt tot twee weken. We waren dit jaar immers voor het eerst ook gaan skiën (wat zo ongelofelijk tof was dat Isaak en Adriaan nu al reikhalzend uitkijken naar volgend jaar) en bovendien liet ik (Kato) mezelf nogal gaan in het aantal buitenlandse marathonreizen dit jaar. Dus ook financieel wouden we dit jaar onze vakantie ietwat binnen de perken houden.

Eén en één is twee dus spraken we af dat we een weekje in onze vrienden hun huis zouden logeren en we zouden er een week kamperen achter plakken.

Nu gebied de eerlijkheid mij te zeggen dat ik er op voorhand niet al te veel van verwachtte. Wij hebben sowieso geen zittend gat – we halen plezier uit het rondreizen op zich – en Zweden leek ons ook gewoon zo dichtbij. We verwachtten veel meren en bossen, maar meren en bossen, zò speciaal is dat nu toch ook weer niet?

Vooraleer ik hier iedereen die fan is van Zweden helemaal in het harnas gejaagd heb: we hebben ons danig vergist.

Zweden is prachtig.

Ik kan de pracht van de meren en bossen hier niet beschrijven, want vele voorgaanders deden het al voor mij en ik dacht zèlf “Jaja, bomen en water, ik snap het.” Maar ik snapte het duidelijk niet.

Als je hier rondrijdt zwerf je letterlijk van het ene meer door het ene bos naar het andere meer dat weer uitmondt in een ander bos. Het is fantastisch. Dankzij de geweldige apps ‘park4night’ en ‘guru maps’ weten we telkens weer fantastische picknick-, zwem- en rustplekjes te vinden. Aan heel veel meren vind je ook geweldige zwemplekjes met mooie drijvende pontons. Bij elke hittegolf zit zowat elke Antwerpenaar (en dan bedoel ik iedereen van de provincie Antwerpen en niet enkel van ’t Stad) op elkaar gepropt in het – weliswaar mooie – Boekenbergpark. Elke Zweed zou zich een kriek lachen moesten ze het weten. Zij hebben het zwemmen in de natuur tot een ware kunst verheven.

Zweden is ook zo proper. Het toppunt was één van bovengenoemde picknickplekjes waarbij het zand aan de picknicktafel en onder de schommel zelfs gerijfd was. Jaja, rijven, dat wat mijn oma vroeger met de zandberm voor haar huis deed.

En wat de schommel betreft: die speeltuinen hier! Op elke hoek van zowat elke straat, overal waar ze mensen met kindjes verwachten staan de meest fantastische speeltuintjes, en allemaal even netjes.

En tot slot – hier kan ik enkel voor Uppsala spreken waar we momenteel verblijven – die fietspaden hier! Een heel fietsnetwerk met fietssnelwegen met aparte strook enkel voor voetgangers, waar je geen auto tegenkomt. Hier kan België nog heel wat van leren.

Tot zover de bloemlezing over Zweden. Ik mag nog niet overdrijven, want we zitten hier nog maar 4 dagen. Misschien moeten we het addertje onder het gras nog vinden 🙂

Maar voorlopig zijn we helemaal verkocht…